Interview Rob Wijnberg

Written by
Geschreven door Schoolkrant

Rob Wijnberg is filosoof en oprichter van het journalistieke platform De Correspondent. Hij schreef bestsellers als En mijn tafelheer is Plato en Nietzsche en Kant lezen de krant en werkte van 2010 tot 2012 als hoofdredacteur voor NRC.next. Ik sprak met hem over zijn schooltijd op het Praedinius, zijn filosofie en zijn toekomstplannen.

Het is half vijf ’s middags als ik Wijnberg opbel. De vorige keer kwam er iets tussen – ‘maar,’ klinkt aan de andere kant van de lijn, ‘nu ben ik beschikbaar.’

Om te beginnen bij het begin vraag ik hem naar zijn schooltijd. ‘Super leuk,’ reageert Wijnberg direct, ‘ik heb bijna genoten van mijn tijd op het Praedinius.’ Wat er zo leuk is aan de school? Wijnberg noemt de Rome-reis en de docenten, ‘maar ook gewoon de school zelf.’

Ik vraag me af wat hem is bijgebleven van het onderwijs op het Praedinius. ‘In ieder geval is het een uitzonderlijk goede school,’ constateert Wijnberg. Waar hem dat in zit? Op het Praedinius leer je leren. ‘Toen ik de rijtjes Latijn moest leren, die ik overigens nog steeds uit mijn hoofd ken, dacht ik: waarom leer ik rijtjes van een taal die niemand spreekt? Maar wat je daar toch van leert, is het leren: discipline.’ Bovendien is het op het Praedinius goed om hoge cijfers te halen, ‘op andere scholen ben je dan toch al gauw een streber.’ Zijn gelijk ziet Wijnberg bevestigd in de hoge eindexamenresultaten die de school elk jaar haalt. ‘Die zijn altijd uitzonderlijk hoog. En ook zo’n debatclub die het vaak goed doet zegt natuurlijk wel wat.’

Is de school van invloed geweest op Wijnbergs carrière? ‘Tja,’ verzucht hij, ‘het Praedinius is een school waar je leert overleven in sociale situaties. Ik was een klein mannetje op school en moest het

hebben van mijn grote mond. Op de school heb ik me verbaal goed ontwikkeld. Daar heb ik later veel profijt van gehad.’ Dit deed de jonge Wijnberg niet bij het debatteam, maar bij toneelvereniging Eloquentia. ‘Als brugklasser stond ik voor een paar honderd man in de schouwburg, een bijzondere ervaring.’

Na zijn schooltijd kwam Wijnberg via een paar omwegen terecht bij de Universiteit van Amsterdam waar hij filosofie ging studeren. Zijn interesse in de filosofie werd niet gewekt tijdens de filosofielessen op het Praedinius. ‘Ik vond het wel leuk en ik was er wel goed in, maar niet meer dan andere vakken. Pas op de universiteit begon ik het echt leuk te vinden.’

Ik informeer naar Wijnbergs eigen filosofie. ‘Het eerste wat mensen moeten weten is dat filosofie niet is wat zij denken dat het is: hele moeilijke antwoorden op hele moeilijke vragen van hele grijze mannen.’ Maar wat is het dan wel? ‘Filosofie is de bril waardoor je naar de wereld kijkt,’ legt de filosoof uit. ‘Iedereen heeft zo’n bril op en houdt er een eigen filosofie op na over allerlei dingen. Een opvatting over filosofische begrippen, zonder dat je weet waar die vandaan komt. Filosofie leert je te begrijpen wat precies de bril is die jij op hebt, je leert er jezelf eigenlijk door kennen.’ Wijnberg geeft een voorbeeld: ‘Zonder dat je weet wat Plato zei over waarheid, heb je een eigen idee over wat waarheid is en hoe je het woord moet gebruiken.’ Door welke bril beziet Rob Wijnberg die waarheid? ‘Ik ben wat ze in de filosofie een pragmatist noemen. Er is volgens mij niet zoiets als een universele waarheid, waarheid met een hoofdletter W. Waarheid is meer een middel dat we gebruiken om doelen te bereiken.’

Op dit moment heeft Wijnberg weinig tijd om na te denken over de filosofie. ‘Ik werk veertien uur per dag,’ vertelt hij, ‘dat begint om een uur of half tien en gaat door tot half twaalf ’s avonds.’ Een lange werkdag. ‘Tussendoor eet ik nog wel hoor,’ grapt Wijnberg. Waar gaat al die tijd inzitten? Het spitst zich voornamelijk toe op Wijnbergs platform De Correspondent. Het succesvolste journalistieke crowdfundproject ooit. Een advertentieloos medium waar je tegen betaling lid van kunt worden. Voor het project wist Wijnberg grote namen als Arnon Grunberg en Femke Halsema te strikken.

Inmiddels heeft het platform meer dan 30.000 leden.

De slogan van De Correspondent: ‘uw dagelijkse medicijn tegen de waan van de dag.’ Maar wat is er zo slecht aan die waan? Waarom hebben we

daar een medicijn tegen nodig? ‘Kijk,’ licht Wijnberg toe, ‘de waan van de dag is het verschijnsel dat er iets in de media verschijnt, waar iedereen het vervolgens over heeft. Maar niemand die zich afvraagt hoe belangrijk het eigenlijk is. Gevolg: er komt heel veel aandacht voor hele kleine dingen. Nieuws bestaat dus eigenlijk uit uitzonderingen. Wat betekent dat iemand die het nieuws volgt, uiteindelijk precies weet hoe de wereld niet werkt.’ Hoe gaat De Correspondent hier tegenin? Wijnberg: ‘Wij proberen de context te schetsen waarbinnen die uitzonderingen plaats vinden. Waarom het uitzonderingen zijn. Want als je dat ziet, begrijp je veel beter hoe de wereld werkelijk in elkaar zit.’

En de nieuwsvoorziening naast De Correspondent? Die ziet Wijnberg het liefst zo divers mogelijk. ‘Als het op elkaar gaat lijken, gaat het mis.’

Veel gehoorde kritiek op het medium is het financiële plaatje dat erbij hoort. Het platform vergaarde een groot bedrag door het relatief hoge tarief dat leden moeten opbrengen, maar hoe reëel is dit? ‘Met geld verdienen is toch niks mis?’ reageert Wijnberg laconiek. Hij legt uit dat er een winstplafond is ingesteld. ‘Maar vijf procent van de winst wordt aan aandeelhouders uitgekeerd, de rest wordt geïnvesteerd.’

Voor de toekomst heeft Wijnberg grote plannen. ‘Over zes jaar hoop ik dat De Correspondent een wereldwijd netwerk is, van ‘s werelds beste journalisten. Als lid kan je hen volgen. In alle talen.’ Daar klinkt een zeker idealisme in door. Schuilt in Wijnberg een idealist? ‘Hangt ervan af,’ klinkt door de telefoon, ‘journalist is natuurlijk een idealistisch beroep. En met De Correspondent wil ik een beter, diepgravender soort nieuws maken. Dat zou je idealistisch kunnen noemen.’

Andere ambities? ‘Als ik er de tijd voor heb wil ik graag een roman schrijven, dat lijkt me heel leuk.’ Ook droomt Wijnberg van wonen in New York, en wil hij graag nog eens promoveren, ‘in de filosofie of in iets anders.’

Tot slot wendt Wijnberg zich tot journalisten in spe. ‘Zorg ervoor dat de stukken die jij schrijft, door niemand anders geschreven hadden kunnen worden. Creëer een eigen stijl. Bedenk waar je kracht ligt. En: ga vooral geen journalistiek studeren. Kies voor iets onderscheidends, iets wat je ligt en waar je in kunt kruipen.’

Door: Jantijn Anema